Polecamy: Skateshop online

Strona główna - Niderlandzki - angielski - strona 2

10% rabatu na książki

Niderlandzki - angielski


Lista słów:

krenkend, beledigend, grievend - abusive
belenden, grenzen aan - abut
schoor, steunbeer, beer - abutment
onpeilbaar, ondoorgrondelijk - abysmal
afgrond, kolk - abyss
Abessinië, Ethiopië - Abyssinia
Abessinisch, Ethiopisch - Abyssinian
acacia - acacia
akademisch, academisch - academic
lid van een geleerd genootschapacademician - academician
academie, hogeschool, genootschap - academy
acanthus, bereklauw - acanthus
lid worden - accede
verhaasten, bespoedigen, accelereren - accelerate
versnelling, acceleratie - acceleration
versnellend - accelerative
accelerateur, gaspedaal, versneller - accelerator
accentueren, beklemtonen - accent
accentueren, beklemtonen - accentuate
accepteren, aanvaarden - accept
acceptabel, aanvaardbaar, aannemelijk - acceptable
aanvaarding, aanneming, onthaal - acceptance
standaardbetekenis v.e. woord - acceptation
aanvaard, erkend, gangbaar - accepted
acceptant - acceptor
oprijlaan, oprit - access
genaakbaar, toegankelijk - accessible
aanwinst, acquest, buit, prooi - accession
aanhangsel - accessorie
accessoires - accessories




bijkomstig, bijbehorend, bijkomend - accessory
toevalligheid, toeval - accidence
ongeluk, accident, ongeval - accident
een grotere kans op ongelukken accident-prone - accident-prone
incidenteel, toevallig - accidental
toejuichen, bij acclamatie benoemen - acclaim
bijval, acclamatie, toejuiching - acclamation
acclimatiseren - acclimate
acclimatisering - acclimatization
acclimatiseren - acclimatize
helling, glooiing - acclivity
eerbetoon, eerbetuiging - accolade
afstemmen, aanpassen, adapteren - accommodate
toegevend, inschikkelijk, meegaand - accommodating
aanpassing - accommodation
aanpassen, accommoderen - accomodate
compromis - accomodation
begeleiding, accompagnement - accompaniment
begeleider, metgezel - accompanist
vergezellen, accompagneren, begeleiden - accompany
ingesloten, bijgaand - accompanying
mededader, medeplichtige - accomplice
behalen, bereiken, inhalen - accomplish
accoord, overeenstemming - accord
trekharmonika, accordeon - accordion
accordeonist, harmonikaspeler - accordionist
rekening, conto - account
accountancy - accountancy
boekhoudkundige, accountant - accountant
accrediteren - accredit
accumuleren, ophopen, opeenhopen - accumulate
accumulator, accu - accumulator
accuratesse, stiptheid, nauwgezetheid - accuracy
nauwkeurig, accuraat, nauwgezet - accurate
beschuldiging, aanklacht - accusation
accusatief, vierde naamval - accusative
beschuldigen, betichten, aanklagen - accuse
beklaagde, beschuldigde, aangeklaagde - accused
aanklager, beschuldiger - accuser
gewend zijn, plegen, gewoon zijn - accustom





Slownik.biz - wszelkie prawa zastrzeżone. Slownik.biz nie odpowiada za poprawno¶ć tłumaczeń słów.